Van mediatraining leert u (n)iets

Lieven Bax

Lieven Bax

Sommige uitdrukkingen kunt u maar beter niet gebruiken. De lezers van een Nederlandse internetsite riepen de uitdrukking 'ik heb zoiets van' ooit uit tot de meest vage van het voorbije jaar. Te mijden dus. Hetzelfde geldt voor: 'met alle respect', of 'een echte mensen-mens', leert dezelfde enquête ons. Ook die uitdrukkingen gebruikt u beter niet. Tenzij u ervan houdt om in clichés te praten.

Clichés: over mediatraining bestaan er nogal wat. Zoals: dat mediatrainers u leren om in interviews met journalisten nietszeggende antwoorden te geven, naast de kwestie te antwoorden of zelfs 'professioneel' te liegen. Niets is minder waar. Mediatrainers leren u alleen om antwoorden te formuleren in een begrijpelijke taal, concreet en 'to the point'. Met als doel dat u met uw boodschap zoveel mogelijk mensen kunt bereiken.

'Mediatrainers pretenderen hun cursisten iets aan te leren dat ze in feite al konden.'

Een ander regelmatig terugkerend cliché: "Mediatrainers pretenderen hun cursisten iets aan te leren, dat ze in feite al konden." Of anders gezegd: een mediatraining is je reinste Willem Elsschot. Ze praten je eerst een behoefte aan, maken je bang dat je iets mist en uiteraard hebben zij het gepaste aanbod. Of het nu om bollen kaas, een magazine of een media-opleiding gaat: de klant wordt gelijmd, gefopt, opgelicht. Ja, toch?

Google-en op de term mediatraining doet je inderdaad soms belanden op sites waar met dure formuleringen alleen maar open deuren worden ingetrapt. En dan besluit u misschien: dat hoeft men mij niet meer te leren; zo'n dure training is nutteloos.

Uiteraard houden talrijke onderwijsvormen niets anders in dan mensen bewust maken van hun eigen capaciteiten en potenties, die reeds latent aanwezig zijn. De oude filosoof Socrates vergeleek zijn didactische methode met hetgeen verloskundigen doen: iemand anders helpen om iets dat diep in hem – of, bij een zwangere vrouw, in haar – zit naar buiten te brengen. Indien ik deze vergelijking mag doortrekken: het kindje of het talent is eigen aan de moeder, maar een goede verloskundige kan voor moeder en kind het verschil maken tussen leven en dood. Naar media-opleidingen toe is dit te vertalen als: een goeie mediatraining kan het verschil maken tussen een geslaagde of een mislukte perscampagne.

Of u kunt het ook eens zo bekijken: 5 procent van de kandidaten die zich aanbieden is qua media-communicatie een natuurtalent; zij kunnen het ook zonder training klaren in de media. 5 procent is absoluut ongeschikt; daar helpt niets aan. Maar de resterende 90 procent is met een soms minimale correctie, of iets grondigere begeleiding best te kneden tot zeer acceptabele en efficiënte communicatoren. Ik neem u graag nog een laatste keer mee naar de verloskamer: daar baart 5 procent van de aanstaande moeders kinderen alsof er nooit sprake is geweest van Erfzonde, 5 procent zal zelfs in de meest moderne kraamkliniek perinatale problemen kennen, maar voor 90 procent van de aanstaande moeders geldt dat ze absoluut gebaat zijn bij enige medische assistentie. Realiseer u dat een bevalling zonder gynaecoloog kan leiden tot ingescheurde vagina's, verzakte baarmoeders, aambeien ter grootte van een pompelmoes, een geruïneerd seksleven, of nog baby's met hersenbeschadiging, dichtgeklapte longen of ontwrichte schouders, gestikt door de navelstreng die rond hun nek is blijven hangen. U mag de rest van de vergelijking zelf maken. Neen, dan is een mediatraining de minste van twee kwalen.

'Mediatrainingen zijn immens duur.'

Mediatrainingen zijn immens duur, zegt men. Ik durf daar hoofdschuddend aan toe te voegen: 'Hoe leger de doos, hoe duurder de verpakking'. Of om het op z'n Bart De Wevers te zeggen: Mundus vult decipi – de wereld wilt bedrogen worden.

Het is juist dat een dag mediatraining al snel ruim 2.000 euro kost – 80.000 oude Belgische frank. Maar laat mij even voorrekenen wat daar tegenover staat. Om te beginnen gaat het om een bedrag inclusief BTW. Zo betaalt u als bedrijf in feite maar 1.800 euro. Geen mediatraining zonder cameraman, die ter plaatse komt met een professionele camera, statief, dvd-recorder, monitor en alle andere nodige randapparatuur – goed voor een afgeladen volle monovolumewagen. U moet zelf maar eens op het internet kijken hoeveel dat kost. Indien u ergens goedkoper gesteld geraakt dan 550 euro, mag u mij dat altijd melden. Blijft er nog 1.250 euro over: 625 euro per trainer. Om een mediatraining optimaal te laten renderen, is het immers aangewezen om twee trainers in te schakelen, die om de beurt een interview afnemen of feedback geven. Rekening houdend met het feit dat een trainer per lesuur ook een uur besteedt aan een intakegesprek, praktische afspraken maken en research plegen houdt hij/zij uiteindelijk 150 euro netto per dag over. Laat dat nu precies hetzelfde bedrag zijn dat een cipier in de gevangenis van Brugge krijgt en die blijft maar zeuren en staken.

Of er onder mediatrainers dan geen oplichters bestaan? Die bestaan uiteraard. Niets menselijks is ons vreemd. Maar laat ons er op rekenen dat de 'markt' zelfregulerend genoeg is om de beunhazen eruit te bonjouren. Op termijn is overigens iedereen gebaat bij een correcte prijszetting.

'Echte journalisten houden zich niet bezig met mediatraining.'

Hoe leg je uit dat echte journalisten zich ook bezighouden met mediatraining? Die hebben met hun job toch al meer dan genoeg aan hun hoofd? Is lesgeven over de journalistieke stiel niet eerder iets voor de tweede garnituur, 'has beens', gepensioneerden en andere gasten die nergens anders meer aan de bak geraken? In het oude Rome zei men over een slaaf die uit een boom was gevallen: nu deugt hij alleen nog als schoolmeester. Zijn het effectief alleen de kneusjes onder de journalisten die hun job combineren met mediatraining, of – erger nog: horen journalisten-mediatrainers thuis in de categorie stielbedervers?

Cruciaal is om de juiste mix te kunnen aanbieden. Een goeie mediatrainer moet als journalist al een bepaalde expertise hebben opgebouwd om die te kunnen delen. Daarnaast dient hij/zij over de nodige pedagogische capaciteiten te beschikken om die ervaring te willen delen en – last but not least – moet hij/zij deontologisch goed geplaatst zijn om een en ander te mogen delen. Maar over dat laatste later meer.

Eerst nog dit: leraars auto-mechanica hebben niet zelden een achtergrond als garagehouders. Of mensen met een opleiding fiscaliteit kom je tegen als belastingcontroleur of zelfstandig accountant, eventueel in beide functies, liefs achtereen, maar soms ook tezelfdertijd. De eerste situatie noemt men seriële monogamie, in het tweede geval gaat het om je reinste overspel. Of toch niet? Onthoud dat een journalist altijd geïnteresseerd is in een aangenaam, boeiend en informatief verhaal en het als persoon, bedrijf of organisatie kan lonen om met een bepaalde boodschap in de media te geraken. Er is altijd ergens een punt waar beide belangen mekaar ontmoeten en nadien parallel beginnen lopen. Iedere manier om beide partijen dichter bij elkaar te brengen, is geoorloofd en een correcte en degelijke mediatraining kan daarbij zeker helpen.

'Journalisten die tezelfdertijd ook mediatrainer zijn, gedragen zich als hoeren.'

Indien je journalisten die tezelfdertijd ook mediatrainer zijn geen stielbedervers mag noemen, gedragen ze zich toch tenminste als hoeren: ze laten zich betalen om hun kunstjes te etaleren en dan nog op een fake manier. Of ziet men andermaal een probleem dat er niet is?

De combinatie journalist-mediatrainer is inderdaad perfect mogelijk. Zij het dat sommige redacties bepaalde restricties opleggen. Zo heeft onder meer de openbare omroep een deontologische code met betrekking tot mediatraining. Maar belangrijker is dat de geest van iedere deontologie moet zijn: je traint vandaag niet iemand die je morgen 'for real' moet interviewen. Ofschoon ook die regel relatief is: hoeveel leraars geven er geen bijles aan leerlingen die ze binnenkort moeten ondervragen en hoeveel interviews beginnen niet met een voorgesprek dat toch altijd een beetje mediatraining inhoudt. In theorie is er een schutting, maar eigenlijk is dit het oude verhaal van de jager en de stroper: zelfs de meest weidelijke jager is – naar de letter van de wet – af en toe ook een stroper, al zal zijn eer en geweten daar misschien anders over oordelen.

Lieven Bax

15 september 2014

Contacteer ons

U heeft een ei, of wil ons gewoon laten weten hoe goed we wel zijn? Dat kan in beide gevallen:

Sending

©2015 een creatie van Vepec

or

Log in with your credentials

or    

Forgot your details?